PRIORIJ CORSENDONK

Corsendonk is geen abdij, maar een priorij. Corsendonk bier kan dus geen abdijbier genoemd worden, al heeft het bier een eeuwenlange kloostertraditie.

De Priorij Corsendonk werd gesticht in 1395 als een Augustijner klooster door Maria van Brabant, hertogin van Gelre, dochter van Jan III van Brabant. Ze deed dit om zich van een plaats in de hemel te verzekeren. Ze stierf vier jaar later, in 1399. De Augustijner monniken die zich in het klooster vestigden waren aangesloten bij het kapittel van Windesheim. Priorij Corsendonk was eeuwenlang een belangrijk centrum van cultuur, wetenschap en religie. De priorij was wijdvermaard vanwege zijn scriptorium, waar monniken handgeschreven boeken kopieerden. Dat duurde tot 1785, in dat jaar werd het klooster gedwongen gesloten door Josef II als `onnuttige` instelling. Tien jaar later, tijdens de Franse Revolutie werden de gebouwen openbaar verkocht en kwamen in privé bezit. In 1817 besloten de eigenaren de kloosterkerk af te breken omdat deze voor hen geen nut had.

In 1968 werden de overgebleven gebouwen, de oorspronkelijk noordvleugel met daarin het monasterium, de kapittelzaal en de refter gekocht door Fernand Nédée, bankier bij Paribas. Het gebouw was zwaar verwaarloosd. Hij zorgde voor een totale renovatie om de gebouwen in hun oorspronkelijke staat te herstellen. waarna er een hotel en conferentieoord werd gevestigd. De uitbating was kennelijk interessant, de familie Nédée opende daarna nog vier hotels,alleen met de naam Corsendonk.

Gedurende het hele bestaan van de priorij, vanaf de stichting in 1398 werd er bier gebrouwen. De monniken hadden en een eigen brouwerij en mouterij. Bij de gedwongen sluiting in 1784 sloot ook de brouwerij zijn deuren.

In 1906 pakte de Turnhoutse brouwersfamilie Keersmaeker de draad weer op met het brouwen van een kloosterbier met de naam Patersbier, een lokaal ambachtelijk bier dat voornamelijk in de Brabantse Kempen verkocht werd. De brouwerij stopte zijn brouwerijactiviteiten in 1953 vanwege de zware concurrentie die ze kregen door de sterk opgekomen consumptie van pils. Ze gingen zich vanaf 1953 volledig toeleggen op de drankengroothandel. Maar in 1982 probeerden ze het opnieuw. In die jaren steeg de vraag naar abdijbieren en mede op vraag van de Turnhoutse VVV besloten ze weer een plaatselijk bier te gaan brouwen. Ze deponeerden de naam Corsendonk en noemden hun bier Corsendonk Pater, met een knipoogje naar hun vroegere Patersbier. Hoewel ze hun bedrijf de naam Brouwerij Corsendonk gaven gingen ze het bier niet zelf brouwen, maar werd het gebrouwen door Brasserie du Bocq in Purnode, als biergroothandel verzorgden ze wel de verkoop van hun eigen bier. Mede dankzij de marktkennis die ze hadden als groothandel werd Corsendonk Pater al snel tot ver buiten de Brabantse Kempen verkocht. Brouwerij du Bocq ging meer en meer voor Corsendonk brouwen. In 2015 werd brasserie du Bocq voor overgenomen voor 100% overgenomen door de familie Keersmaeker.