ABDIJ VAN PARK - HEVERLEE

De abdij Van Park werd gesticht in het jaar 1129. In dat jaar schonk Hertog Godfried zijn jachtpark aan de paters Norbertijnen. In het park stond al een kapel. De eerste bewoners waren paters Norbertijnen afkomstig uit de Abbaye Saint Martin uit Laon (Frankrijk) onder leiding van abt Walter. In het begin van de 13e eeuw beginnen de paters met de aanleg van een aantal grote visvijvers in de vallei van Molenbeek. De vijvers staan met elkaar in verbinding met sluizen zodat ze door het openen van een sluis een vijver leeg kunnen laten lopen en de vissen op het droge met de hand vangen. De vissen zijn grootdeels bestemd voor eigen consumptie, Benedictijnen mogen 2/3 van de tijd geen vlees eten, vis is dan een goede vervanger. Maar de vis wordt ook verkocht, om in hun levensonderhoud te voorzien.
De Benedictijner paters (ook wel witheren genoemd) zijn in de Middeleeuwen actief buiten de muren van de abdij en betrokken bij de bevolking met preken, dopen, zieken verzorgen en huwelijken sluiten. Ondanks dat moet ook deze abdij tijdens de Franse Revolutie de deuren sluiten en werden alle bezittingen in beslag genomen. In 1801 konden de paters terugkeren en werd de abdij door hen weer bewoonbaar gemaakt. De brouwerij werd echter niet meer opnieuw ingericht In 1828 werd de oude koperen brouwketel als oud-metaal verkocht.
In de tijd van de Hollandse overheersing was de abdij ingeschreven als “parochiekerk” omdat onder het bewind van de protestantse Koning Willem I het katholieke geloof grotendeels verboden was.In 1836, na de Belgische onafhankelijkheid, werd de abdij officieel opnieuw opgericht.

 

 

De grootste trekpleister van de abdij zijn de driedimensionale stucwerk plafonds die werden aangebracht in de 17e eeuw door de kunstenaar Jan Christiaan Hansde. De vijvers worden tegenwoordig beheerd door de Stad Leuven. Ook de watermolen die werd gebouwd in 1285, maar volledig herbouwd in 1534 is er nog. De molen was actief tot 1963, maar werd inmiddels gerenoveerd door de Stad Leuven, in het gebouw is nu een brasserie gevestigd. Elke eerste zondagmiddag van de maand is er een demonstratie en kun je het meel kopen.

In de abdij woont nu nog een kleine, actieve, kloostergemeenschap en inmidels wordt er op het abdijterrein ook weer bier gebrouwen, in de micro-brouwerij Braxatorium Parcensis, wat overigens gewoon “Brouwerij van het Park” betekent.
De nieuwe brouwgeschiedenis van Abdij van Park begon eigenlijk in 2012. Een zekere Joris Brams, die werkzaam was bij de drankenfirma C&C in Schotland, maar geboren “in de schaduw van” de abdij van Park had het idee om in samenwerking met de paters van de abdij een bier met de naam “Heverlee” te oontwikkelen gebaseerd op een oud recept van de abdij. Het bier wordt gebrouwen door Brouwerij Martens in Bocholt en in Schotland geïntroduceerd als “pils met een vergeten recept van de abdij, bijna 900 jaar oud, nu weer opnieuw ontdekt.” Die reclame sloeg aan, inmiddels wordt Heverlee pils in tien landen verkocht en gaan er per jaar 16 miljoen flesjes over de toonbank. Dat levert een onverwachte inkomstenbron voor de abdij op, die vanwege het oude recept een deel van de opbrengst krijgt. Daarmee kon dan ook in 2017 de installatie van de microbrouwerij bekostigd worden. In deze brouwerij op het abdijterrein wordt uitsluitend kleinschalig gebrouwen met gebruik van lokale grondatoffen en kruiden uit de abdijtuin. Het eerste bier kreeg de naam Libertus, genoemd naar Libertus de Paepe, abt van het klooster van 1648 – 1682. Inmiddels is er ook een Quirinus bier met een wat lager alcoholpercentage.