STIFT ENGELSZELL - Oostenrijk
Het klooster (Stift) Engelszell werd gesticht in het jaar 1293 door de bisschop van Passau, Bernhard van Prambach, als Cistercienser klooster. Door de reformatie en een grote pest epidemie raakte het klooster in verval. In 1699 werd het hele complex door brand verwoest.
Omdat de gemeenschap geen geld had voor de herbouw duurde het tot 1740 om onder leiding van abt Leopold Reichl het klooster opnieuw te bouwen, nu in barok- en rococostijl, met een 76 meter hoge toren. De abt, Leopold Reichl,was 39 jaar lang abt, maar één dag na zijn overlijden op 7 mei 1786 werd het klooster op bevel van Keizer Josef II opgeheven en werden de monniken gesommeerd het klooster te verlaten en werden alle eigendommen in beslag genomen. geplunderd. Dat was in het kader van het zogenaamde Josefinisme van Keizer Josef II , die stelde dat de macht van de Katholieke Kerk drastisch ingeperkt moest worden. Hij liet alle “nutteloze” kloosters, dus waar geen onderwijs of ziekenzorg werd gegeven, sluiten. Zodoende werd Stift Engelszell opgeheven en vervolgens in gebruik genomen door de Wiener Porzellanfabrik.
In 1810 schonk Napoleon Bonaparte het gebouw aan de Beierse generaal Karl Philip von Wrede, waarna het als residentie in handen kwam van diverse adellijke families.
Duitse trappisten die na de eerste wereldoorlog uit Frankrijk waren verdreven kochten het in 1925 terug en gebruikten het weer als klooster, waarna het klooster in 1931 tot Abdij werd verheven.
Pas in het jaar 2012 begonnen de monniken er een brouwerij, het eerste en enige trappistenbier van Oostenrijk. Het blonde “Benno”, de donkere “Gregorius”en de goudgele “Nivad”. Maar in 2023 moest de abdij definitief de deuren sluiten, er waren niet voldoende monniken om het gebouw te kunnen onderhouden en de bierbrouwerij voort te zetten.
De gebouwen werden aangekocht door het bisdom die plannen heeft om er een religieuze en maatschappelijke bestemming aan te geven. De brouwerij en likeurstokerij werd overgenomen door de familie Paminger, zij heropenden ook het kloostercafé en de abdijwinkel. Martin Paminger is een regionaal bekende ondernemer, hij heeft een aardappelbedijf en stookt ook een eigen merk wodka: Sauwald Wodka. Eén achtergebleven monnik, broeder Reinhard, ziet nu nog toe op het stoken van de likeuren. De brouwerij gaat door met de brouwen van de Engelszeller bier, die echter niet meer de naam trappist mag dragen. Er worden rondleidingen in zowel het klooster als de brouwerij gegeven, echter uitsluitend aan groepen van minimaal 10 personen.